donderdag 19 januari 2012

'Het barbiehuis' van Ascanio Celestini


‘De wereld moet wel een parodie zijn op een andere wereld. Ergens anders moet er een wezen zijn dat gelijkenis met ons vertoont, dat leeft op een manier die lijkt op de onze, maar dan serieus. Wij daarentegen, hier op onze aan de polen een beetje afgeplatte planeet, apen een leven na dat niet echt van ons is, dat voor ons te hoog gegrepen is. Clowns die struikelend over hun reuzen schoenen stofwolken doen opstuiven, in hun veel te grote kleren, en die er midden in een serieus gesprek tussenuit knijpen terwijl ze hun gestippelde onderbroek showen.’

Een callcenter, winkelcentrum en appartementsblok figureren als decor in het uitzichtloze bestaan van vier jonge mensen. Marinella, Patrizia en Nicola wonen niet alleen in dezelfde troosteloze blok, ze hebben ook met elkaar gemeen dat ze meerdere baantjes moeten combineren om het hoofd boven water te houden. Alle drie werken ze in het tegenoverliggende callcenter, waar ze om de drie maanden een nieuw contract moeten ondertekenen en enkele schamele eurocenten verdienen per geleverde minuut. Salvatore is het kleine broertje van Nicola dat het allemaal op zijn onbevangen manier bekijkt, maar nu al weet dat ook voor hem geen beter lot beschoren is.

Met ‘Lotta di classe’ (klassenstrijd) serveert de auteur ons een meedogenloze satire waarin hij afrekent met de sociale afbraakpolitiek in het Italië van Silvio Berlusconi, waar pornosterren het tot minister schoppen en de arbeidsmarkt almaar meer gereguleerd wordt door uitzendkantoren. De Nederlandse titel het barbiehuis verwijst naar de kunstmatigheid waarvan een dergelijke 'tijd is geld' - maatschappij bol staat. Alles en iedereen zit op een mallemolen waar enkel het consumeren voor enig vertier kan zorgen. Authentieke beleving lijkt wel uitgestorven, de fantasieën en gedachten van het viertal worden voornamelijk geregeerd door de alomtegenwoordige reclameboodschappen. Warmmenselijke relaties krijgen in deze steriele omgeving weinig kansen.

Drammerige maatschappijkritiek? Zeker niet! De opbouw die bol staat van grappige, vaak absurde anekdotes en de terloopse manier waarop regelmatig hele stukken in een nieuwe context letterlijk herhaald worden, geven de vertelling iets bedrieglijks banaal. De auteur laat zijn personages navigeren binnen een intrigerende spanningsboog van gebeurtenissen en filosofische overwegingen zonder dat er wereldschokkende dingen moeten gebeuren en plaatst ze tegelijk subtiel in een historisch kader. Daarenboven is het verrassend en soms op het genante af grappig om te lezen hoe elk personage dezelfde, vaak absurde wendingen door een compleet andere bril bekijkt. En ‘last but not least’, een flinke dosis zwarte humor is deze auteur niet vreemd en zo lezen we ze graag! Als lezer ervaar je pas op het eind hoe diep dit toch in je vel terechtkomt. Het barbiehuis is wat mij betreft een absolute aanrader en bovendien brandend actueel!

De naam Ascanio Celestini doet wellicht geen belletje rinkelen. In Italië heeft hij nochtans al een heel parcours afgelegd, niet alleen als schrijver maar o.a. ook als filmregisseur, theatermaker en muzikant. Daarvoor verwijzen we je naar zijn biografie op wikipedia en zijn website (allebei enkel beschikbaar in het Italiaans).

‘En dat leren ze nu aan managers tijdens motivatiebijeenkomsten. Om je superieur te voelen aan een willekeurige gesprekspartner moet je proberen je hem naakt voor te stellen, liefst gezeten op een pleepot. De meesten van ons voelen altijd zo’n blik op zich gericht en gedragen zich daarom altijd alsof ze leven met hun onderbroek op hun enkels en wc-papier in hun hand.’

dinsdag 10 januari 2012

'Koorts' van Saskia Noort


De vorige thrillers van de Nederlandse bestsellerauteur Saskia Noort gingen erin als zoete koek. Haar nieuwste telg kreeg als titel Koorts en doet hierin zeker niet onder.

Plaats van handeling is Ibiza, het Spaanse eiland waar het niet zozeer gaat om zee, zon & seks maar eerder om seks, drugs en bonkende beats. Plaats in dat kader Dorien, een ‘braaf’ vrouwtje van vijfendertig, dat zich een soort vervroegde midlifecrisis laat aanpraten door de uitbundige ‘single’ Ellen. Impulsief maakt ze een eind aan haar relatie met Joost, die lieve goedzak van een vriend waarmee het na tien jaar samen toch stilaan een sleur begint te worden. Op zoek naar spanning en avontuur vertrekt ze samen met Ellen naar het wilde Ibiza. Meegaand als ze is, laat Dorien zich meeslepen in de koortsige roes van decadente party’s en probeert ze zichzelf wijs te maken dat ze dit allemaal heel leuk en opwindend vindt. Voor de lezer ligt het er ondertussen dik op dat deze naïeve dame zich flink in de nesten aan het werken is. We volgen haar verhaal, dat na elk hoofdstukje wordt afgewisseld met cursieve stukjes waarin een akelige onbekende aan het woord is. Ook krijgen we enkele ontluisterende inkijkjes over hoe de vrijgevochten Ellen in het echt tegen het leven aankijkt.

Om het met een cliché te verwoorden, dit verhaal leest als een trein. Voor een stukje broeierige (ont)spanning ben je bij Saskia Noort  nu eenmaal aan het juiste adres. Aan het eind voegt de auteur er nog snel een relativerende knipoog aan toe in de vorm van een superdikke laag stroperige zeemzoetigheid. Dat kan enkel als grap bedoeld zijn!

In onderstaand filmpje heeft Saskia Noort het over spannende boeken.

dinsdag 27 december 2011

Leesplezier in 2011

We hebben weer een 25-tal boeken achter de kiezen in 2011. Het is niet gemakkelijk om daaruit een top 10 te distilleren. Hierbij toch een poging, onderstaande titels hebben mij in elk geval een aangename, grappige, ontroerende, (ont)spannende en/of verrassende leeservaring bezorgd.

01. Twee cowboys / Annie Proulx
02. Sprakeloos / Tom Lanoye
03. Zomerhuis met zwembad / Herman Koch
04. De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween / Jonas Jonasson
05. De autist en de postduif / Rodaan Al Galidi
06. Onder vrienden / PB Gronda
07. Norwegian Wood / Haruki Murakami
08. Kill your friends / John Niven
09. Rebetiko / David Prudhomme
10. Aankomen in Bali / Ingrid Vander Veken

zondag 25 december 2011

'Onder vrienden' van PB Gronda


‘Over de schilderijen werd altijd heel nuffig gedaan. Als ze nieuw waren, dan zouden ze kitsch geweest zijn. Maar ze waren bijna tweehonderd jaar oud, dus waren ze ronduit schitterend. Voorbij een bepaald punt werden dingen te oud, te duur of te bekend voor kritiek. De piramiden, Miles Davis, de meeste relaties.’

Na Nemen wij dan samen afscheid van de liefde (2008) en Kentucky, mijn land (2009) was het uitkijken naar de derde roman van de jonge Belgische auteur Paul Baeten Gronda. Hoewel inhoudelijk totaal verschillend, heb ik met volle teugen genoten van zijn eerste twee boeken. Voor een groot verhaal of vakkundig uitgewerkte plot ben je bij hem aan het verkeerde adres. Aan originele invalshoeken en heerlijk bijtende humor hebben beide boeken daarentegen geen tekort. PB Gronda beschikt nu eenmaal over een aanstekelijke pen en toont vooral een eigen smoel. Ook zijn nieuwe roman Onder vrienden heb ik met veel plezier en in één ruk uitgelezen. In dit dunne boekje (126 pagina’s) serveert de auteur wel een veel luchtiger thema. Een Vlaamse schrijver heeft zich met zijn Italiaanse vrouw in Italië gevestigd en nodigt een aantal (jeugd)vrienden en aanhang uit om zijn dertigste verjaardag samen te vieren door middel van een gezellig etentje. Van aperitief tot afwas volgen we de gebeurtenissen in en rond de ruime villa van het jonge koppel.

Niet dat er geweldig veel gebeurt in deze relatiekomedie, maar de opbouw (die sterk doet denken aan het diner van Herman Koch) suggereert een zekere spanningsboog. Daarnaast schept PB Gronda met een dergelijk hoofdpersonage en setting de illusie dat hij de lezer inkijk geeft in een delicaat stukje privé-leven. De vilaine gedachtenspinsels waarmee het ik-personage zijn situatie beschrijft en de bonte vriendengroep neerzet lezen amusant weg. De karakters blijven echter allemaal hangen in ééndimensionale typetjes. De kleine intriges, geheimpjes en onhullingen bieden weinig verrassends en leiden ook niet tot de verwachte climax. PB Gronda serveert de lezer met deze strak geregisseerde stijloefening vol spitante dialogen en verfrissende oneliners wel een flinke portie amusant entertainment van hoog niveau! Ladlit waarmee hij een groter publiek zal kunnen aanboren dan met zijn vorige twee romans. En terwijl in Kentucky, mijn land onmiskenbaar filmische kwaliteiten opdoken, zit er deze keer een theaterstuk in waaraan goede karakteracteurs zich eens flink zouden kunnen uitleven.

‘Verjaar jij eigenlijk graag?’ vroeg Bill. Ik vond dit de eerste goede vraag die hij had gesteld. En hij had veel vragen gesteld. Het was geen topvraag, maar je kon er wel wat mee.’

zaterdag 15 oktober 2011

‘Blauwe maandag’ van Nicci French


‘Het goede doen om iemand te redden was dus makkelijk, maar was ze ook bereid om het verkeerde te doen?’

Na 12 succesvolle thrillers besliste het schrijversechtpaar Nicci French (Nicci Gerrard en Sean French) om het over een andere boeg te gooien. Net als bij de vorige boeken kleeft aan Blauwe maandag  het etiket van  ‘literaire thriller’, een marketingterm want de verhalen van het koppel passen beter onder de noemer 'psychologische thriller'. Weinig actie dus, maar wel karakters van vlees en bloed. Deze keer gaat het niet om een verhaal dat op zichzelf staat. Blauwe maandag  is het eerste deel van een achtdelige reeks rond psychoanalytica Frieda Klein.

Een klein jongetje met rood haar en sproeten verdwijnt spoorloos. Frieda heeft net van één van haar patiënten te horen gekregen dat hij er op een obsessieve manier van droomt een kind te hebben met rood haar en sproeten. Ze vindt dit verdacht, stapt naar de politie en komt terecht in een ondoorzichtig kluwen. Twintig jaar geleden verdween een klein meisje op ongeveer dezelfde manier. De zaak werd nooit opgelost. Is er een verband tussen beide misdaden en kan Frieda de politie helpen?

De plot meandert een kleine vierhonderd bladzijden lang rustig naar de ‘verrassende’ ontknoping, die een ervaren lezer al van ver ziet aankomen. Echt spannend wordt het maar sporadisch, van een pageturner kunnen we deze keer niet spreken. De formule van kwetsbare vrouwenpersonages die in de val lopen van gevaarlijke mannen zoals we die kennen van de vorige Frenchthrillers, wordt wel losgelaten maar een andere formule lijkt ervoor in de plaats te komen. Het ziet er namelijk naar uit dat het in deze reeks draait om zaken waarbij de politie het spoor bijster is en Frieda Klein dankzij haar psychologisch doorzicht een doorbraak kan forceren. De hoofdkarakters worden wel knap in kaart gebracht en Frieda Klein blijft met voldoende persoonlijk mysterie omgeven om nieuwe verhalen te stofferen. Laten we hopen dat de auteurs vanaf het tweede deel met een minder vergezochte plot afkomen en vooral een scherpere spanningsboog. Blauwe maandag is zeker onderhoudende lectuur voor enkele uurtjes ontspanning tussendoor, maar blijft als genreroman hangen in middelmatigheid. Bekijk hieronder een boektrailer voor ‘Blue Monday’.

dinsdag 4 oktober 2011

‘De autist en de postduif’ van Rodaan Al Galidi


Rodaan Al Galidi ontvluchtte zijn vaderland Irak en belandde in 1998 na veel omzwervingen in Nederland. Daar maakte hij zich de Nederlandse taal eigen, begon proza en dichtbundels te schrijven en leverde met Dorstige Rivier(2008) een werkelijk magistrale roman af. Over dit kleurrijke familie-epos schreef ik eerder al wat op deze blog, zie hier.

In het hartverwarmende De autist en de postduif (2009) vertelt Rodaan een heel ander verhaal. Het decor is Nederland.

‘Dat lage, platte land waar je, als je zijn naam van links naar rechts leest, de klim niet kunt vinden. Maar als je het van rechts naar links leest, verandert Nederland opeens van dat platte, zachte landje in een land waar je het woord ‘ja’ niet zult vinden: "Land der Nee".'

Daar woont Geert, geen alledaagse jongeman, maar dat lijkt niet verwonderlijk gelet op de hilarische vertelling over zijn verwekking. Geert neemt woorden letterlijk en hij is een krak met cijfers. Daardoor komt hij vaak in dolkomische situaties terecht. Op de markt bijvoorbeeld, waar de kersen per kilo goedkoper worden hoe meer je ervan koopt. Dan krijg je er toch geld bovenop als je er maar genoeg aanschaft? Moeder Janine moet haar woorden goed op een rij zetten voordat ze Geert iets vertelt of het loopt flink mis. Als kind resulteert dit in een hoop valpartijen, als puber lukt het moeilijk bij de meisjes, die Geert nochtans best een schattige, geheimzinnige jongen vinden.

‘De Kringloopwinkel’ waar Janine werkt stimuleert Geert’s fantasie. Hij sleutelt aan al die vreemde voorwerpen, doet er de gekste uitvindingen mee en legt in zijn excentriciteit allerlei originele verbanden. Maar als er op een dag een oude, waardevolle viool arriveert, begint voor Geert een nieuwe leven en komt zijn genialiteit pas echt naar boven.

‘Tot dat moment had Geert zich nog nooit zo diep en eenvoudig tegelijkertijd gevoeld. Zijn leven was tot dan toe niet meer dan dat van een machine of een apparaat in de kringloopwinkel geweest. Het was als water van een rivier dat altijd tussen twee oevers had gestroomd, maar dat opeens alle kanten uit vloeide doordat de bodem opsteeg. Hij werd vrolijk.’

Geert begint violen in elkaar te knutselen met het hout van oude, waardeloze ‘banken’. Via een Duitse antiquair worden ze voor veel geld aan de man gebracht in professionele middens. Op het moment dat Geert zevenendertig wordt, moet hij van moeder Janine eindelijk zelfstandig gaan leven. Hij heeft geld genoeg op zijn bankrekening staan en koopt meteen een huis dat vroeger van een duivenmelker was. De bij het huis horende ‘postduif' zal Geert leren communiceren met de buitenwereld en confronteert hem met zijn tot dan verborgen gevoelswereld.

Rodaan Al Galidi levert met De autist en de postduif  alweer een prachtig boek af. Een fabelachtig verhaal dat in al zijn eenvoud recht naar het hart gaat. Er zitten veel fijnzinnigheden in de details - doordenkers ook - over de Nederlandse samenleving , die voor een stuk evengoed herkenbaar zijn voor België. Het is mogelijk dat er in het onbegrip waarmee de uitzonderlijke Geert geconfronteerd wordt autobiografische elementen zitten, want heeft Rodaan zelf tijdens zijn jarenlange odyssee ook niet vaak moeten opboksen tegen een logica die voor hem als ‘buitenstaander’ bevreemdend of zelfs absurd moet geleken hebben? Het enige minpunt vond ik de fantasieloze titel, die de lezer op een expliciete manier een bepaalde richting uitduwt en daardoor teveel prijsgeeft over deze delicate roman. 'De jongen, het varkentje, de viool en de postduif' spreekt toch meer tot de verbeelding? Meer dan lezenswaard!

woensdag 14 september 2011

‘Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ van Jonathan Safran Foer


‘Ik dacht aan alle dingen die iedereen altijd zegt en dat iedereen doodgaat, over een milliseconde, of over dagen, maanden, of over 76,5 jaar als je pas geboren was. Alles wat geboren is, gaat ooit eens dood, dus het leven van een mens is net een wolkenkrabber. De rook stijgt niet altijd even snel op, maar het staat allemaal in brand en iedereen zit in de val.’

Thomas Schell komt om het leven tijdens de aanslagen op de WTC-torens (11 september 2001). Zijn negenjarig zoontje Oskar is een bolleboos die dit verlies op zijn heel eigen manier probeert te verwerken. Als een kleine Adhemar (cfr. Nero) verzint hij aan de lopende band de gekste uitvindingen, stelt maffe vragen en doet vreemde, wetenschappelijk gefundeerde vaststellingen over het leven om hem heen die je zeker niet van zo een kleine jongen verwacht. Tegelijk houdt hij een intrigerend plakboek bij met ‘de dingen die hem zijn overkomen’. Hij vindt een envelop met daarin een geheimzinnige sleutel die van zijn vader geweest is, met als  enige aanknopingspunt het opschrift ‘Black’. Dit is voldoende om de lezer op sleeptouw te nemen door allerlei buurten van New York op zoek naar de zin van alles wat hem overkomen is en vooral naar de betekenis van een verlies dat hij ondanks al zijn rationaliseren niet geplaatst krijgt. Zijn kinderlijke onschuld loert regelmatig om de hoek, op die momenten krijgt het jongetje gestalte als mens van vlees en bloed en gaat zijn verdriet en onmacht door merg en been.

Tussendoor komen we te weten dat het voor zijn grootouders nog moeilijker ligt. Beiden overleefden het bombardement van Dresden op het einde van Wereldoorlog II (13 februari 1945) maar geraakten op dat moment wel al hun dromen en idealen kwijt. Ze komen elkaar jaren later opnieuw tegen in New York, maar een nieuw leven opbouwen zit er niet in. Vooral de grootvader vlucht in zwijgzaamheid en kan enkel rouwen om zijn ongeboren zoon die hij achterlaat om hem bij leven niet te moeten verliezen. De grootmoeder omarmt de kleine Oskar met alle liefde en warmte die ze elders nergens kwijt kan.

Verhaallijnen en personages komen af en toe geforceerd en ongeloofwaardig over, de gevoelens worden misschien net daardoor universeler en komen in hun abstractie nog krachtiger naar buiten. De auteur ondersteunt dit met een doorgedreven nadruk op stijl, hij maakt gebruik van foto’s, lege bladzijden, onleesbare teksten, tekeningen en cijferreeksen die datgene zichtbaar moeten maken wat niet in woorden te benoemen is. Een heftig boek over omgaan met verlies en onverwerkt verdriet en de onmogelijkheid om de tijd terug te draaien, maar hiervoor moest ik wel het verhaal stukje bij beetje loslaten en de maalstroom van al die uitvergrote emoties toegang geven.

Extreem luid & ongelooflijk dichtbij (2005) is de tweede roman van de Amerikaanse auteur Jonathan Safran Foer. Een verfilming is op komst.



Jonathan Safran Foer (Wikipedia)

woensdag 7 september 2011

‘Nachtdanser’ van Chika Unigwe


De feniks (2005) was het straffe romandebuut van Chika Unigwe (1974), een Nigeriaanse auteur die al een hele tijd in Turnhout woont met haar Belgische man en kinderen. Het was het portret van een kwetsbare, jonge Nigeriaanse vrouw in België, die na het verlies van haar vijfjarig zoontje meegesleurd wordt in een spiraal van depressie en ontworteling. De roman viel op door een eigenzinnige, unieke stijl en de krachtige emoties. Met Fata Morgana (2007) bevestigde Chika Unigwe dat haar eerste roman geen toevalstreffer was. We delen de lotgevallen van vier jonge Afrikaanse vrouwen die via een vrouwensmokkelaar vanuit Nigeria in het Belgische prostitutiemilieu terecht komen. Een levendige, snedige roman, een stuk toegankelijker voor het grote publiek bovendien dan haar debuut.

Nu is er haar derde roman Nachtdanser (2011). En ook deze roman heeft mij veel leesplezier bezorgd. Deze keer speelt alles zich af in Nigeria, meer bepaald in Ibo-land, de streek waarvan de auteur afkomstig is. De jonge vrouw Mma heeft een moeilijke jeugd gehad. Ze groeide op zonder vader en voelt een diepe wrok t.o.v. haar pas overleden moeder. Waarom verliet deze eigenwijze vrouw haar echtgenoot en familie om het leven van een verstotene te gaan leiden en sleurde ze haar dochter daarin mee? Mma verlangt heel erg naar een normaal leven en vooral naar de vader die zij nooit gekend heeft. In het tweede deel wordt de situatie belicht vanuit een andere invalshoek en ontdekken we samen met Mma hoe ongelooflijk moedig haar moeder zich gezien de omstandigheden gedragen heeft. We voelen aan den lijve hoe verstikkend traditionele, patriarchale structuren kunnen werken. De vrouwelijke personages in het boek hebben elk hun eigen manier om met vernederingen om te gaan en hun plaats op te eisen in een dergelijke samenleving. Berusten in het lot lijkt de gemakkelijkste oplossing, maar op die manier verandert er natuurlijk nooit iets. Nachtdanser komt literair misschien minder ambitieus over dan de vorige boeken van Chika Unigwe, maar het vrouwenverhaal dat ze ons hier voorschotelt is dankzij de eenvoudige taal en structuur zeker niet minder meeslepend.

Lees hier een interview met Chika Unigwe over 'Nachtdanser'.

dinsdag 6 september 2011

‘Twee cowboys’ van Annie Proulx


‘De dag strekte zich als een enorme kloof voor Ennis uit en soms zag hij Jack als een bewegende stip in een hooggelegen wei, als een insect op een tafellaken. Vanuit zijn donkere kamp zag Jack Ennis als een nachtelijk vuur, een rode vonk tegen het enorme zwarte bergmassief.’

Twee cowboys  is het verhaal van Ennis en Jack, twee arme, grofgebekte, jonge ‘boerenkinkels’ die tijdens een zomer een kudde schapen gaan hoeden op de ruige hellingen van 'Brokeback Mountain'. Al snel wordt duidelijk dat ze een onweerstaanbare, lichamelijke aantrekkingskracht op mekaar uitoefenen. Ze beleven een zomer om nooit meer te vergeten, maar proberen achteraf toch deze ‘gevaarlijke’ gevoelens te verdringen door een ‘normaal’ leven op de rails te zetten, dus ze trouwen en verwekken kindjes. Als de mannen elkaar enkele jaren later opnieuw ontmoeten, is de passie allerminst uitgedoofd...

De Amerikaanse auteur Annie Proulx heeft maar 92 pagina’s nodig om een rijk geschakeerd verhaal te vertellen en dompelt de lezer met heel beeldenrijke taal onder in het harde plattelandsleven, waar macho cowboys de plak zwaaien en pure emoties zoveel mogelijk weggestopt worden. De beschrijvingen van een genadeloze natuur vol dreigende landschappen gaat mooi samen met een woeste, lichamelijke liefde die als natuurkracht ook niet te bedwingen is.

'Twee cowboys' was voor mij een verhaal over homofobie en haat. Ongelukkig genoeg hebben veel homo's er een verhaal van twee minnaars in gezien, maar dat was het niet. Het stond in een bundel, 'Close Range', met allerlei verhalen waaruit bleek dat de mensen van Wyoming weigeren de realiteit onder ogen te zien. 'Hier, homo's?! We weten toch allemaal dat zoiets niet bestaat!' Daar was het me om te doen: een beetje dollen met die mythe.' (Annie Proulx)

‘Brokeback Mountain’ werd bij het grote publiek vooral bekend dankzij de met drie Oscars en andere prijzen bekroonde verfilming door Ang Lee. Bekijk hieronder de trailer.

zaterdag 27 augustus 2011

'Zijde' van Alessandro Baricco



‘Hij verroerde zich niet, zelfs niet toen hij voelde hoe de handen van zijn schouders naar zijn nek gingen en de vingers - de zijde en de vingers - tot aan zijn lippen reikten, en ze één keer beroerden, langzaam, en weer verdwenen.’

Zijde (1997) betekende de grote doorbraak voor Alessandro Baricco (Italië) en werd in 1998 uitgeroepen tot ‘Booksellers International Book of the Year’. De betoverende mini novelle (120 pagina’s) speelt zich af in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het dorpje Lavilledieu (Zuid-Frankrijk) leeft van de zijdeproductie. Wegens een ziekte van de zijderupsen, traditioneel aangevoerd uit Egypte en Klein-Azië, wordt het terrein noodgedwongen verlegd naar Japan, een land dat op dat moment nog een aura van geheimzinnigheid en mysterie uitstraalt. De grenzen met de buitenwereld zijn nog maar pas geopend. Hervé Joncour wordt vier maal op expeditie gestuurd en geraakt iedere keer meer in de ban van een intrigerende, jonge vrouw.

 ‘Haar ogen hadden geen oosterse vorm, en haar gezicht was het gezicht van een meisje.'

Alessandro Baricco toont dat weinig woorden volstaan om levensechte personages neer te zetten. De 65 hoofdstukjes in miniatuur lezen als een oosters sprookje, vol exotische symboliek. De geschiedenis meandert repetitief op het ritme van de seizoenen en trekt de lezer zintuiglijk mee in een sensuele trance. Een 'zijde' zacht, poëtisch kleinood, waarvan de tragische, ontnuchterende ontknoping mij wel wakker maakte uit een (te) mooie droom. In 2007 volgde een verfilming door de Franse regisseur François Girard met Michael Pitt en Keira Knightley in de hoofdrollen. Bekijk hieronder de trailer.